Een ruim hart…


Onderstaand blog las ik van Sander Hoessein (longarts)

Palliatieve zorg.. soms zo dubbel..

Palliatieve zorg begint als je te horen krijgt dat je niet meer beter wordt..

Heftig en soms zo met dubbele tegenstrijdige gevoelens..

Toch mogen ze en kunnen ze beide naast elkaar bestaan..

Onderstaand stukje verwoord voor mij wat het meest belangrijke is in dit proces..

Het is de plek waar liefde én irritatie naast elkaar bestaan aan een ziekbed. Waar je iemand dankbaar kunt aankijken voor het nu en hem in dezelfde seconde alles wilt besparen.
Waar opluchting na een overlijden zich vermomt als schuldgevoel, terwijl beide slechts verschillende talen zijn van hetzelfde: houden van en moeten loslaten. Of zoals Manu Keirse dat zo mooi omschrijft: anders leren vasthouden.

We hoeven die innerlijke tegenstrijdigheden niet op te lossen. We hoeven ze alleen te verdragen. Er wordt vaak niet gevraagd om antwoorden, maar om aanwezigheid. Om iemand die naast je blijft zitten terwijl jij zelf niet weet wat je voelt. Iemand die niet dwingt tot kiezen, maar zacht zegt:
“Kan het ook zijn dat het allebei waar is?”

Misschien ontstaat die dubbelheid juist door liefde. We voelen twee kanten tegelijk omdat iemand ons eindeloos dierbaar is.

De zin die er voor mij daarna uitspringt is;

Liefde maakt het hart ruim. En in een ruim hart past zelden maar één gevoel tegelijk.

Ik bid elke dag dat mijn hart maar ruim mag blijven voor die dubbele gevoelens met een Liefdevolle blik 💞

Lees hieronder de blog..

Als ik van de afdeling afloop, zie ik dat zijn vrouw nog even naar me toeloopt. Ze aarzelt, kijkt of niemand meeluistert, en fluistert dan:
“Ik hoop dat u mij niet verkeerd begrepen heeft. Ik wil echt dat hij nog even bij me blijft… en tegelijk hoop ik dat zijn lijden stopt.”

Haar stem breekt bijna op het laatste woord. Ze kijkt weg, alsof ze haar eigen zin niet helemaal durft aan te kijken. Ze denkt terug aan het gesprek dat we kort daarvoor voerden met haar stervende man erbij. Ik had gezien dat ze schrok van haar eigen opmerking dat het misschien wel allemaal genoeg was.

Hij had gereageerd met zwijgen. Dat zwijgen vulde de kamer.

Ik voelde de spanning tussen hen. De liefde. De vermoeidheid van de laatste dagen.

In het korte gesprek daarna probeer ik haar uit te leggen dat je soms twee dingen tegelijk kunt voelen die elkaar tegenspreken en tóch allebei waar zijn.

Bij ernstige ziekte verlangen we vaak naar duidelijkheid. We willen een verhaal met een begin, midden en einde. Een diagnose met een behandelplan. Een beslissing die “goed” is, het liefst met terugwerkende kracht. Alsof het leven een rechte weg is waarop je vooral niet te veel moet slingeren.
Maar in werkelijkheid slingert het bijna altijd. Soms zo heftig dat je zelf je evenwicht verliest.

Die slingerbeweging is een innerlijke tweestrijd: tegelijkertijd iets willen en het tegenovergestelde óók. Het hart wordt twee kanten op getrokken en weigert zich in één richting te laten vastzetten.

Ik hoor en zie die dubbelheid in mijn werk elke dag.

Mensen die zeggen:
“Ik wil zo graag blijven… maar ik ben ook zo moe.”
“Ik hoop dat de behandeling werkt… maar ik ben zo bang voor die behandeling.”

En ouders die stoer knikken voor hun kinderen, en daarna in de gang tegen de muur zakken omdat ze zelf weer een bang kind zijn.

We proberen die tegenstrijdigheid vaak netjes op te ruimen. We zoeken zinnen die als een schoonmaakdoekje over een tafel gaan:
‘Het komt goed.’
‘Je moet positief blijven.’
‘Niet zo piekeren.’

Maar die dubbelheid laat zich niet wegpoetsen. Ze blijft zitten. Ze schuift haar stoel dichterbij, maakt het stil en zegt:
“Beide.”

Beide waar.
Beide voelbaar.
Beide legitiem.

Ook bij artsen en zorgverleners leeft die spagaat. Ik voel het zelf.
Ik wil iemand de volle waarheid geven, en tegelijk wil ik de hoop niet uit iemands handen slaan.
Ik wil nabij zijn, en tegelijk genoeg afstand houden om zelf niet om te vallen.
Ik geloof in behandelingen, maar ik weet dat de eerste grenzen soms al lang bereikt zijn.

Het is geen rechte lijn. Het is voortdurend balanceren, schuiven, opnieuw durven kijken.

Ambivalentie is vermoeiend omdat ze niets voor ons oplost. Ze dwingt ons te blijven zitten in het tussengebied, waar niets zeker is en alles open blijft. Maar misschien is dat wel de enige plek waar het leven het eerlijkst is.

Het is de plek waar liefde én irritatie naast elkaar bestaan aan een ziekbed. Waar je iemand dankbaar kunt aankijken voor het nu en hem in dezelfde seconde alles wilt besparen.
Waar opluchting na een overlijden zich vermomt als schuldgevoel, terwijl beide slechts verschillende talen zijn van hetzelfde: houden van en moeten loslaten. Of zoals Manu Keirse dat zo mooi omschrijft: anders leren vasthouden.

We hoeven die innerlijke tegenstrijdigheden niet op te lossen. We hoeven ze alleen te verdragen. Er wordt vaak niet gevraagd om antwoorden, maar om aanwezigheid. Om iemand die naast je blijft zitten terwijl jij zelf niet weet wat je voelt. Iemand die niet dwingt tot kiezen, maar zacht zegt:
“Kan het ook zijn dat het allebei waar is?”

Misschien ontstaat die dubbelheid juist door liefde. We voelen twee kanten tegelijk omdat iemand ons eindeloos dierbaar is.

Liefde maakt het hart ruim. En in een ruim hart past zelden maar één gevoel tegelijk.

Aan het eind blijft dan ook nooit een sluitende conclusie over. Behalve dat je tegelijk bang en moedig mag zijn, uitgeput en dankbaar, verlangend en loslatend.
Ambivalentie hoeft niet gladgestreken te worden om het goed te doen.

Als ik even later de afdeling verlaat, zie ik haar in een flits weer naast zijn bed zitten. Ze houdt zijn hand vast zoals je een breekbaar voorwerp vasthoudt dat je echt niet kwijt wilt. Er is geen keuze gemaakt tussen blijven of loslaten. Ze is er gewoon.

En in die stilte hoor ik het nog één keer, zonder woorden:
“Beide.”

——–

https://www.linda.nl/column/sander-de-hosson-tweestrijd-genoeg/?fbclid=IwdGRzaAPQZ9pjbGNrA9BntmV4dG4DYWVtAjExAHNydGMGYXBwX2lkDDM1MDY4NTUzMTcyOAABHglYiwtcaqXN7QbNxCNvpKqKPUIU3nfoQZvdsd126ffalW-8UxWg3tCE0nYv_aem_U2cUTlPBaGGBvtcnBOCgzg

Be blessed!